
Je komt regelmatig de vermelding “Made in EEC” tegen wanneer je een online gekocht product retourneert of een product dat al jaren in een magazijn ligt. Deze inscriptie verwijst naar de voormalige Europese Economische Gemeenschap, die in 1993 werd ontbonden bij de oprichting van de Europese Unie. Het begrijpen van de reikwijdte ervan vandaag de dag betekent ook anticiperen op de nieuwe traceerbaarheidsverplichtingen die de oorsprongsmarkering in Europa herdefiniëren.
Digitale paspoort van producten: wat verandert er concreet voor distributeurs
Sinds 16 juli 2026 regelt de uitvoeringsverordening (EU) 2026/1778 de werking van het Europese register voor het digitale paspoort (DPP). Deze tekst verduidelijkt de toegangseisen tot het register, de authenticatie van de operators, de unieke identificaties die aan elk product zijn toegewezen en het beheer van de bijbehorende gegevens.
Voor een distributeur die catalogi met duizenden referenties beheert, betekent dit één ding: elke eenheid die op de markt wordt gebracht, moet worden gekoppeld aan een traceerbare identificatie. We hebben het niet meer over een eenvoudig land van oorsprong dat op een doos is gedrukt, maar over een gestructureerde dataset die door toezichthoudende autoriteiten en uiteindelijk door consumenten kan worden geraadpleegd.
De eerste verplichte deadline betreft bepaalde grote batterijen vanaf 18 februari 2027. De andere categorieën zullen in sectorale golven volgen. Wanneer je probeert te begrijpen wat made in EEC betekent op een oud product, zie je het verschil met dit niveau van eisen: een vage geografische vermelding die twaalf landen dekt, is niet meer voldoende in het licht van een systeem dat de samenstelling, de oorsprong van de materialen en de productiemethoden vereist.

Made in EEC tegenover de eisen van de productveiligheidsverordening (GPSR)
De algemene verordening inzake productveiligheid (EU) 2023/988 is van kracht sinds 13 december 2024. Deze verordening dekt vrijwel alle niet-voedingsproducten die in de EU worden verkocht en vereist meer gestructureerde, traceerbare en meertalige veiligheidsinformatie.
Een product dat nog steeds de vermelding “Made in EEC” draagt, voldoet per definitie niet aan de eisen van de GPSR. De etikettering moet nu een verantwoordelijke identificeren die in de EU is gevestigd (fabrikant, importeur of gevolmachtigde), met een verifieerbaar contactadres. De GPSR maakt elke oorsprongsvermelding zonder geïdentificeerde operator obsoleet.
In de praktijk variëren de retouren hierover: sommige oude producten die nog op voorraad zijn (gereedschap, kleine apparaten) circuleren met hun oorspronkelijke markering. Marktplaatsen eisen steeds vaker de aanwijzing van een “verantwoordelijke persoon” die voldoet aan de GPSR voordat ze de verkoop toestaan. Zonder deze informatie wordt het product uit de online catalogus verwijderd.
Traceerbaarheid van verpakkingen: een oorsprongsmarkering die niet meer stopt bij het product
De verordening (EU) 2025/40 over verpakkingen is volledig van toepassing geworden op 12 augustus 2026. Deze breidt de traceerbaarheidslogica uit voorbij de inhoud: de verpakking zelf moet als eenheid traceerbaar zijn.
Deze verplichting raakt direct de bedrijven die geïmporteerde producten herverpakken of opnieuw etiketteren. Het is niet langer voldoende om een “Made in EU” sticker op een doos te plakken waarvan de oorsprong onbekend is. De verordening vereist dat de samenstelling van de verpakking, de recycleerbaarheid en de naleving van de drempels voor gereguleerde stoffen worden gedocumenteerd.
- Identificatie van de verpakkingsproducent en het belangrijkste gebruikte materiaal, met traceerbaarheid van de waardeketen
- Gestandaardiseerde markering voor sortering, inclusief een code die leesbaar is voor de Europese inzamelcentra
- Verplichting tot conformiteitsverklaring voor verpakkingen in contact met voedsel, afzonderlijk van die van het inhoudelijke product
Voor KMO’s die zowel de productie als de verpakking beheren, betekent dit een extra nalevingspost. De structuren die gewend zijn om met leveranciers buiten de EU te werken, moeten controleren of de geleverde verpakkingen aan deze criteria voldoen voordat ze in hun logistieke keten worden geïntegreerd.

De overgang tussen oude EEC-markering en digitaal paspoort beheren
De praktische moeilijkheid voor bedrijven en distributeurs ligt in de coexistence van verschillende generaties producten. Een restvoorraad met “Made in EEC” staat naast recente referenties die onder de DPP en de GPSR vallen. Er is geen algemene graceperiode voor oude markeringen: elke verordening stelt zijn eigen toepassingsdata vast.
Prioriteren op basis van risicocategorie
Producten die een risico voor de gezondheid of veiligheid vormen (elektrische apparatuur, speelgoed, cosmetica) zijn de eerste die onderworpen zijn aan de verscherpte controles. Het is in ons belang om deze productgroepen prioriteit te geven bij audits in plaats van het hele catalogus uniform te behandelen.
Productgegevens stroomlijnen vooraf
Het DPP-register werkt met gestandaardiseerde unieke identificaties. Bedrijven die al een productinformatiebeheersysteem (PIM) gebruiken, hebben een voordeel. Degenen die hun gegevens in een spreadsheet beheren, moeten migreren naar een formaat dat compatibel is met het Europese register.
- Controleren of elke actieve referentie beschikt over een unieke identificatiecode (type GTIN of sectoralternatief)
- Elk product koppelen aan de gegevens over samenstelling, oorsprong van grondstoffen en toepasselijke certificeringen
- Een updateflow voorzien om de regelgeving per categorie te integreren zonder handmatige herinvoer
De vermelding “Made in EEC” behoort tot een tijdperk waarin de oorsprongsmarkering vooral diende als een summiere geografische indicatie. Het huidige Europese regelgevingskader transformeert deze logica: de oorsprong wordt een gestructureerde, verifieerbare gegevensset die is gekoppeld aan een geïdentificeerde operator. Bedrijven die deze overgang per productcategorie anticiperen, in plaats van te wachten op de eerste sancties, winnen tijd bij hun naleving.